Aan de vrucht herken je de boom

vrucht

Het blijft me intrigeren: waarom doet een mens niet het goede dat hij wil, maar het kwade dat hij niet wil (Rom. 7:19). Ik heb er al eens eerder een en ander over geschreven, maar vandaag kwam die gedachte weer zo bij me naar voren toen ik nadacht over de vrucht van de Geest, wat een belangrijke link heeft met identiteit.

Vorige week heb ik een 2e uitgave van mijn boekje over seksverslaving uitgebracht. Hierin is een nawoord toegevoegd, omdat ik het belang wilde onderstrepen dat het ten diepste niet gaat over wat je doet, maar wie je bent. Dat is natuurlijk niet los te trekken van elkaar, want het één komt voort uit het ander. Zoals het gezegde zegt: je bent niet wat je doet, maar doet wat je bent.

Het veranderen van gedrag is dan ook meestal niet meer dan symptoombestrijding, wat tijdelijk wel werkt maar ten diepste niets veranderd aan de reden van het gedrag. Daardoor keert het net zo gemakkelijk weer terug zodra je ook maar even stopt met er hard aan te werken. Het werkt alleen als het gegrondvest is in je identiteit – dat waar je jezelf uit definieert – en niet voortkomt uit een identiteitscrisis.

Zie je jezelf als de opsomming van alles waarvan je denkt dat je het goed hebt gedaan: carrière, goed gevulde bankrekening, een leuk gezin, of juist van alles waarvan je denkt dat je het niet goed hebt gedaan: verslaving, scheiding, opvoedproblemen? Dan redeneer je dus omgekeerd. Dan denk je door te werken aan vruchten te bepalen wie je bent.

Een mens is niet de opsomming van alles wat hij goed heeft gedaan in zijn leven – of alles wat hij verkeerd heeft gedaan.

Aan de vrucht herkent men wel de boom, maar dat is niet omdat de appel zo hard gewerkt heeft aan zijn appeligheid. Of aan zijn zoetzure smaak. Of zijn appelwangetjes. Die appel is er gekomen doordat de appelboom water heeft gekregen en zijn wortels in goede grond heeft kunnen laten groeien.

Ook de vrucht van de Geest groeit vanzelf – het is tenslotte de vrucht – je hoeft alleen maar te zorgen voor (levend) water bij de wortels. En dat is precies het verschil tussen ‘zijn’ en ‘doen’. Het is als bij wortel en vrucht: het één brengt het ander voort.

Het verschil tussen ‘zijn’ en ‘doen’ is net zoiets als tussen wortel en vrucht. Het één brengt het ander voort.

Onze identiteit vinden wij in Christus (1 Kor.5:17). Ik zie het als een overpoten van de wortels naar nieuwe grond. En door deze nieuwe grond en het begieten met levend water ontstaat er een vernieuwde vrucht (Gal. 5:22). In plaats van een zuur, verrimpeld op een appel gelijkend ding, ontstaat een prachtige-grote-dorstlessende-rijpe-sterke-rijksmakende-appel. En vanuit die nieuwe identiteit, die nieuwe positie, mogen we het oude wegdoen en het nieuwe aantrekken (Kol.3:7-10).

Tip van de week: laten we elkaar voeden met de nieuwe vrucht, niet bekogelen met de oude.

There are 3 comments

  1. eviegmg

    “Tip van de week: laten we elkaar voeden met de nieuwe vrucht, niet bekogelen met de oude.”
    Mooi! Zeker iets om over na te denken!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s